Om short te gaan op een asset (d.w.z. profiteren als de prijs daalt), leen je dat asset zelf via Flexline en verkoop je het direct voor een stablecoin of fiatvaluta. Je lening blijft verschuldigd in het oorspronkelijk geleende asset. Daalt de prijs vóór de vervaldatum, dan kun je het asset voor minder terugkopen dan je ervoor ontving, de lening aflossen en het verschil houden. Stijgt de prijs in plaats daarvan, dan ben je meer kwijt om het verschuldigde bedrag terug te kopen en draag je dat verlies.
Bijvoorbeeld: Je verwacht dat de prijs van BTC zal dalen. Je leent 1 BTC via Flexline en verkoopt deze direct voor USD. Daalt de prijs van BTC vóór de vervaldatum, dan kun je 1 BTC terugkopen voor minder USD dan je oorspronkelijk ontving, de lening aflossen en het verschil als winst houden. Stijgt de prijs van BTC in plaats daarvan, dan kost het terugkopen van de 1 BTC die je verschuldigd bent meer USD dan je ontving – dat verschil is jouw verlies.